Belgian Night Babenko

About

ANDREJ BABENKO

Heftige kunst. En meer.

Hilde Van Canneyt

Deze Belgische kunstenaar van Oekraïense afkomst groeide op in een gemeenschap die nog het best te omschrijven valt als een communistische commune met Sovietpropagandabeelden alom. Van kindsbeen af is hij steeds de beste tekenaar van zijn school. Babenko is in de ban van de Russische realistische klassieke schildersschool, alsook van de verboden rockscene van de jaren 80. Een eerste pornotekening op zijn twaalfde wordt door zijn vader misprezen.

Op zijn veertiende slaat hij de deuren van zijn ouderlijk huis in Oekraïene dicht en maakt hij een artistieke undergroundpunkwandeling in St-Petersburg, alwaar hij het te bont maakt en via politiek asiel een veilige haven in België vindt. In Antwerpen schrijft hij zich met het oog op jobzekerheid, voor een studie als grafisch vormgever in en na zijn afstuderen mag hij zich volop uitleven met spraakmakende ‘punk’affiches voor de Vlaamse Opera.

Maar voor deze zelfgenoemde ambitieuze independent punk artist kruipt het bloed waar het niet gaan kan en hij stort zich met gave en goed – komende van de street art en performance art – op de schilderkunst. Daarbij accepteert hij echter niet blindelings de heersende gewoonten en opvattingen van de kunstscene. Integendeel, die hedendaagse kunst verdient toch wel een rake klap! En die deelt hij uit, met de performance Contemporary Art Sucks, naar het gelijknamige schilderscanvas waar deze woorden op staan geciteerd en waarmee hij op de letterlijke en figuurlijke kunstbarricaden gaat staan. Of wil hij gewoonweg communiceren:‘Ik ben de beste!’?

Als gevoelsartist werd hij door de hoge of mainstreamkunst – die veelal vertrekt van het conceptuele en intellectuele – onderdrukt en genegeerd, vandaar de opgestoken middelvinger. Deze lonesome cowboy vindt zijn weg niet in het voor hem grijze, saaie Belgische hedendaagse kunstenlandschap. Hij beslist dan ook zijn eigen creatief pad te volgen.

Zijn grote olieverfschilderijen presenteren zich op het eerste zicht als een bacchanaal van lijnen, vlakken, vormen en kleuren met een theatrale wervelwind van herkenbare afbeeldingen en figuren. Kortom: een mix van ingrediënten die uitmondt in een Apocalyps. Schilderstijl: expressief, los-uit-de-pols-geschilderde-dikke-olieverf-verfstreken in frisse bonte tot opzichtige (fluo)kleuren, weergegeven in een klassieke figuratieve beeldtaal, afgewisseld met stukken sjabloon.

Stel je doeken voor overvol beweging. Intuïtief doch doordacht. Met duidelijke grafitti en streetartinfluences. Is het fantasieland op speed? Is het een hallucinerende trip op spacecake?

Ook opvallend is de Soviet-Unie-beeldtaal opgesnoven uit zijn kinder- en jeugdjaren, zijnde folklore- en volkskunst. Denk/zie: Russische miniatuurschilderijtjes, sprookjes tot/over slechte Disneyland, en kitsch – check MarfaTymchenko – tot een pogo van punkbeelden.

Op zijn doeken zien we veelal een in het rond draaiende carrousel met veel gezichten en handen. De figuren en wezens spartelen, omhelzen, verdringen … Er is verbondenheid, eenheid, alles en iedereen is gelinkt. Geladen emoties everywhere, waar verleden, heden en toekomst elkaar verdringen. Poëzie verscholen onder een dikke vette laag excessen. Het is zíjn wereld, zíjn abbatoir fermé, waar er plaats is voor decadentie.

Soms neemt Babenko zelfs even de ziel ter hand. Daarnaast is er ook plaats voor paranoia, schizofrenie en angst; het suïcidale versus het doorzettingsvermogen van de menselijke ziel. En ja, ook een vleugje erotiek mag niet ontbreken. Hoewel: dé vrouw ziet hij de ene keer erotisch, soms pornografisch, een andere keer weer lieflijk.

Babenko wil een positief verhaal brengen in de donkerte. Met een happy end? Vandaar de speelse tot fleurige elementen die tussen zijn expansieve beeldtaal zijn gebreid: bloemetjes, planten, diertjes … Lees: expliciet melige dingen – als metafoor voor de liefde en het leven. En om uit te dagen. Babenko wil eróver gaan. Vandaar het fruitige tegenwicht.

Het zijn doeken met een verlangen naar het paradijs, met soms een schril, bijwijlen een groot contrast tussen leven en dood. Ontstaan doet zo’n doek als een spontane collage van ingevingen, alsook met de nodige Sturm und Drang: een tomeloze energie en te keer gaande als een theatrale wervelwind. Zelf ziet hij zo’n doek opwerken als het componeren van een song: hij begint met een flard tekst, voegt een akkoord toe, een riff, … en voor hij het weet mondt het schilderij uit op de Ramones op drift, met het trippende van Massive Attack, de noise van Sonic Youth, het zweverige van Dead can Dance, de undertone van de Sisters of Mercy en de liefdesbezwering van Nick Cave.

De tweestrijd rock-‘n-roll – als een hak ingeslagen herinneringen die maar niet overgaan – versus de burgerlijkheid en rust die hij bij zijn gezin heeft gevonden, vinden we in al zijn turbulente schilderijen terug. Ondanks de weelderige kleuren zit er ook een onderhuidse new wave kant aan en worden innerlijke conflicten en belevenissen uitgevochten, alsook blijft het een zoeken naar-.

Misschien moeten we er nog wat kunstenaarsnamen tegenaan smijten: Jeroen Bosch meets Ensor. Of is het Picasso meets Chagall? In het afgeplatte van de beeldtaal herkennen we een vleugje Tytgat en Rousseau – zie voor u het werk: La Rêve. Ook hier is het naïeve en primitieve nooit ver weg, evenals het surrealisme van Salvador Dali en Max Ernst. En naar eigen zeggen ook geschilderd met een zweem Frida Kahlo en Neo Rauch in het achterhoofd en met – en coeur – vooral Basquiat en Banksy als zielsgenoten.

Zoals het een goed kunstenaar betaamt zit er ook een gezond vleugje actualiteit in. Oorlog en presidenten – die zich aan een kopstoot karikatuur mogen verwachten – worden beeldend begeleid door zaken die zich in het verleden, heden of toekomst afspeelden/afspelen/zullen afspelen.

Babenko’s doeken brengen je zoals een song in een bepaalde stemming, voeren je mee in zijn visueel gelaagde voorstellingen mét inhoud.

Nog additioneel een klein streepje over het nevenproject van Andrej Babenko. Dit kleine broertje in zijn oeuvre is een spielerei, een gimmick.

Concreet: het zijn portretten in de vorm van bewerkte stencils. Inspiratie daarvoor komt enerzijds van de begraafplaatsen van Oekraïene, die – in tegenstelling tot bij ons – samenkomstplekken zijn waar plaats is voor een lach, muziek en fluobloemen. Op die grafstenen vind je lineair in de granieten stenen gelaserd, het portret van de overledene. De uren die Babenko noodgedwongen met z’n levende en dode familie op kerkhoven moest doorbrengen, doodde hij door geïntrigeerd die portretten te observeren. Anderzijds zijn Babenko’s portretten ontegensprekelijk ook weer middelvinger opstekende knipogen naar de pamfletten van het Stalin- en Leninregime.

Voor deze portretpraktijk pikt Babenko een beroemdheid of een held uit die hij als het ware kopie/paste portretteert. Stiekem denkend ‘Ik wil hém zijn, ik wil óók een popidool zijn!’ Om als platitude-act dat portret aan die bekende te overhandigen; zijnde een portret zonder emotie, niet in de portretmaker, noch in de geportretteerde.

 

Andrej Babenko

Oekraïne. Op de vijfde verdieping van een flatgebouw maken jonge mannen punk. Andrej Babenko verlaat het gebouw met rosse hanenkam en wordt in elkaar geslagen. Het is de jaren ’90.
Uit het één vloeit het ander. Een inwendige kracht die naar buiten komt. Je wordt overmeesterd door de gelaagdheid van olieverf en graffiti. Een van zijn werken heet Aktion.
De performance in Extra City is daar een schitterend voorbeeld van. Mauro Pawlowski en Dirk De Wachter op hun wijze met het woord op de voorgrond. In de dragende omwalling voegt Andrej op het ritme van de muziek, geïnspireerd door de poëzie extra lagen toe aan zijn werken. Een samengaan waar energie vanuit gaat.
Dat was eveneens de drijfveer om de groepstentoonstelling Contemporary Art Sucks te verwezenlijken.
“Ik wil de huidige tijd verbeelden”. Hoe de mens zich nu glimlachend in een reclameadvertentie voor stofzuigers als de perfectie voorstelt. De man en de vrouw stralen een koud geluk uit. De maatschappelijke façade waarachter de orgieën zich afspelen.
De schoonheid van het naakte.
De subtiliteit van de blikken.

Andrej is geen macho.

.
Marie Peeters 16/6/2018

 

…About Andrej Babenko

Independent punk artist Andrej Babenko – born in 1974 in Bojarka, Ukraine – lives and works in Tervuren, Brussels.

He obtained his Master degree in Visual Arts at the Karel de Grote Hogeschool in Antwerp, Belgium and studied at the University of the West of England in Bristol, UK. For several years he worked as a graphic designer and illustrator for Flanders Opera where he was known for his innovative posters and composer portraits.

Already in the 1980s, at the time of the communist regime, Babenko was looking for artistic freedom. He therefore decided to leave Ukraine as a 14-year old punker to join an underground rock club in Saint Petersburg, Russia.

In 1999 Andrej fled from Ukraine to Belgium after having been arrested numerous times for being a punker. Considered to be at risk in his home country because of his socially critical views he was granted asylum in Belgim.

Throughout his wanderings in Eastern and Western Europe the cultural input that Babenko experienced can be said to be very diverse at the least.

 

 

Andrej Babenko – Street art en performance

Dames en heren,

Het is altijd onze bedoeling geweest hier werk te brengen, zowel van bekende als minder bekende kunstenaars, maar iemand wiens werk ooit de kolommen van de New York Times haalde hebben wij hier voor het eerst. Het gebeurde een tiental jaar geleden, toen Andrej Babenko, pas afgestudeerd, affiches en brochures ontwierp voor de Vlaamse Opera in Antwerpen. Voor de opera Samson et Dalila van St.-Saëns was hij vertrokken van de wetenschap dat het verhaal zich afspeelt in het land van de Filistijnen, dat vandaag Gaza heet. Daarom bracht hij een beeld van stenen gooiende jongens uit de intifada. De stijl is die van graffiti en street art  en verraadt het punkverleden van de kunstenaar.

Een werk uit die periode is hier te zien: het portret van Poetin. Het werd gebruikt voor de brochure en affiche van Tjaikovski’s opera Mazeppa. De techniek is die van het betere graffittiwerk, met spuitbus en sjabloon.

Toen Andrej Babenko in Antwerpen kunst ging studeren had hij al een bewogen jeugd achter de rug. In 1980 had hij als veertienjarige zijn geboorteplaats Bojarka in Oekraïne verlaten om in St.-Petersburg (toen nog Leningrad) de underground te vervoegen. Als punk raakte hij herhaaldelijk in conflict met de autoriteiten, zowel communistische als post-communistische, tot hij naar België vluchtte en hier politiek asiel vond.
Babenko behaalde het diploma van master in de beeldende kunst.  Hij studeerde ook in Bristol, waar hij de grootmeester van de street art leerde kennen: Banksy. Na zijn werk voor de Antwerpse opera installeerde hij zich als onafhankelijk kunstenaar. Hij nam deel aan verscheidene performances in binnen- en buitenland, samen met Belgische en buitenlandse kunstenaars, zowel uit de beeldende kunstenaars als rockartiesten, zoals het Russische Pussy Riot als de Belgische Mauro Pawlowski.

De schilderijen van Andrej Babenko zijn overvolle composities in felle kleuren, vol beweging. De stijl is een op hol geslagen expressionisme. Heel even is er een verwijzing naar Chagall of Picasso. Er zijn portretten van machthebbers in verwerkt, erotische tot obscend elementen, herinneringen aan de sowjetpropaganda, maar ook verwijzingen naar een  zachtere wereld , zoals lieve gezichten en bloemetjes. Het punkverleden blijft de inspiratie van de kunstenaar domineren, maar intussen lijdt hij een vreedzaam bestaan als vader van twee jonge kinderen.

De belangrijkste inspiratiebron, zowel naar vorm en inhoud, blijft de street art. Hij maakt gebruik van gemengde technieken, zowel grafische als picturale, van sjabloon en spuitbus, van collages maar ook van het traditionele olie op doek.

(Hier volgt een korte beschrijving van enkele werken, die niet vooraf op papier gezet werd:
Women are warm  De schilder Babenko schildert een mooi, vrij traditioneel naakt, waarna de punk Babenko er met de spuitbus op los gaat.
Adam without Eva, de collage met snippers uit Art04.
Luc, met het citaat  “Iemand als Tuymans hoeft maar éénmaal iets verpletterends te doen om dan twintig jaar met de steun van de overheid zorgeloos zijn ding te doen.” (Gazet van Antwerpen).
De meeste van die schilderijen zijn op grote formaten, sommige muurbreed. De kunstenaar bracht noodgedwongen kleinere formaten mee naar Harelbeke.

Een aparte plaats in het oeuvre van Babenko zijn de portretten.
De eerste portretten waren bewerkte stencils.
De kunstenaars liet zich hierbij inspireren door de Oekraïense gewoonte om portretten op de graven van overledenen af te drukken. En van die portretten vind je in deze zaal een ruime keuze. Wij hadden het al over Poetin, die hier om een onduidelijke reden in de hoek belandde. Verder Marie Curie, Picasso, de Russische rockartiest Boris Grelorshikov, Mozart, Wittgenstein, Nietsche en de rockmuzikant Lee Renaldo.
Ik wil graag besluiten met nog een citaat, dit keer van Dirk de Wachter. Hij richt zich tot Babenko:
Je werk is als een performance, een happening, een Munchiaanse schreeuw, dat mij herinnert aan bepaalde gewaagde gedichten van Charles Bukowski.

speach in Harelbeke

 

…Ruimte Morguen – Antwerp Art

As a refugee that emigrated from Ukrain to Belgium at the age of 25 after having been arrested numerous times for being a punker, the cultural input that Babenko Belgium has experienced can be said to be very diverse at the least.

Already in the eighties he was looking for artistic freedom in times of a communist regime by fleeing from Ukrain as a 14-year old punker to an underground rock club in Saint Petersburg, Russia.

What is regarded as high art in Eastern Europe, however, is often not even considered worth looking at in the West and vice versa. Also, the chaotic, multilayered conspiracy thinking of Eastern Europe seems to be opposed to the linear and structured way of thinking in the West.

This observation has ultimately led Babenko Belgium to question what purpose art exactly serves, if any.

What should an artwork have as an effect? What is the task of the artist?

By combining different things in a very impulsive and anarchistic manner Babenko Belgium achieves in his experiments the creation of all kinds of bizarre performances and spatial collages.

His chaotic collages resemble virtuoso soviet rockets that come about in an intuitive way, while his chaotic performances are inspired by communist propaganda.

The bright colours reveal the psychological struggle of a stranger in a capitalist society. Babenko Belgium acts as a Russian spy to conquer and blow up the whole lot in his own selfish advantage; he is looking for the challenge.

At times taking things too literally, he starts making classical stencil portraits of the great ones in a copy paste manner after the example of Lenin and Stalin.

By presenting these works together in a space Babenko Belgium creates dynamic spatial collages that refer among others to Tatlin’s Tower and evoke similar questions: So what is the “utopia” ?

Babenko Belgium is continuously working on his imagery to express his own willful anarchistic vision. Using the technique of blind drawing he achieves the loss of physical control while gaining freedom of thought.

Resulting creations are humanized by integrating emotions that originate from following the image.

By enlarging the sketches and transferring them onto large canvas, monumental images arise that are not only filled with the artist’s energy, but that depict the world and society as perceived by the artist himself, that tell a story and present the world from another perspective. Because art should keep society awake.

Marc Schepers & Babenko Belgium 06/03/13